woensdag 11 augustus 2010

Ding #16: Instant Messaging

ICQ, MSN, Google Talk, Skype: ik heb ze allemaal gebruikt of doe dat nog.

De grootste stap werd jaren geleden al genomen: het Net werd doordat steeds meer mensen een aansluiting namen gedemocratiseerd. De uitwisseling van welke vorm van informatie in welke uitingsvorm dan ook was toen al mogelijk, de enige echt belangrijke stap wat betreft directe communicatie is het digitaliseren van de informatie. Dat digitale stromen daarna op alle denkbare manieren te (re)combineren zijn volgt als vanzelf. Grote grap is dat het grotendeels allemaal over precies dezelfde lijnen loopt als de telefoon van vroeger. Wil niet zeggen dat de nieuwe mogelijkheden beter zijn dan de oude, ze zijn slechts aanvullend. Bij Inlichtingen zie je dat duidelijk: telefoon blijft hoognodig, e-mail is erg belangrijk, en er worden ook nog steeds brieven geschreven (gelukkig maar).

Wel interessant te lezen dat de Alladinchatterbox gesloten is. Valt ook niet te bemensen natuurlijk.

Ding #15: Twatter

Nee, dank u.

Ding #14: Castles made of Sand

Fijn zo'n zandbak. Hopelijk is ie niet in gebruik als litterbox. Proberen en veranderen is wel nodig om het in de vingers te krijgen; vooral de net-niet-helemaal-WYSIWYG manier werkt bevreemdend voor me. Het je eigen maken van conventies, dat kost het meeste tijd. Maar gelukkig kun je ook ouderwets in de source werken. Old habits die hard ;-)

Ding #13: Wikis

Ik kan er maar één ding over zeggen: doen! Dé manier om de informatie die bij medewerkers in hun hoofd zit voor de hele organisatie beschikbaar te maken. Echter: vergeet de moderation niet. Want ook hier geldt: Dowjerai, no prowjerai.

Ding #12: Socialist Tagging & Bookmarking

Het is aardig te zien dat de problemen waar ik me tussen 2000 en 2005 bij het bloggen voor gesteld zag inmiddels allemaal door marktpartijen zijn opgelost. Nadat bijvoorbeeld Blogger door Google was overgenomen werd Blogger stukken gebruiksvriendelijker en hoefde je niet meer allerlei onderdeeltjes van verschillende diensten in je HTML te combineren. Zo was er 'in den beginne' bijvoorbeeld geen ingebouwde reactiebox. Ook het taggen van posts was niet mogelijk.

Het bijhouden van interessante links was al helemaal geen sinecure: de afhankelijkheid van de machine waarop je een bookmark had geplaatst speelde iemand die destijds gemiddel 3 verschillende PC gebruikte (dat zijn er intussen 2 bijgekomen 5 + 1 smartphone) natuurlijk parten en de noodzaak van één verzamelpunt deed zich dan ook voelen. Zoals aangegeven loste ik dat op door webspace en HTML.
Een eigen linkpagina vergt echter onderhoud en is niet met minimaal klikken te bij te houden. Het feit dat ik die pagina al bijna 3 jaar niet meer bijgehouden heb geeft wel aan dat de toen gekozen oplossing niet ideaal is.

Bij het sociale van tagging en bookmarking zie ik absoluut de voordelen. Maar die voordelen komen nooit alleen: ze zijn altijd gepard aan nadelen. Het is niet voor niets dat onderwerpsontsluiting altijd volgens strikte regels en systematiek verloopt. Vaste regels en systematiek maken een opgebouwd systeem onafhankelijk van individuele voorkeuren, denkwijzen en - om een groot woord te gebruiken - de Zeitgeist. Juiste bij het loslaten van de regels onstaat er een wildgroei en wordt de uitkomst de grote gemene deler: wat de meeste gebruikers als standaard hebben wordt automatisch de standaard. Het grootste gevaar daarvan is de dictatuur van de middelmaat; 'goed is goed genoeg'.

Daar pas ik voor. Ik ben een professional en vind het vreselijk het oude vakmanschap zo te zien verwateren en de middelmaat als de van God gegeven oplossing gepresenteerd te zien worden. Begrijp me niet verkeerd: er zijn legio positieve kanten aan het sociale taggen en bookmarken. Echter, het is in zichzelf niet alleszaligmakend. Er heerst veel te veel de houding 'het kan dus het is goed' en 'het kan dus het moet'. Ik zet liever een stap terug om de voor- en nadelen tegen elkaar af te zetten, te toetsen aan de standaarden die je voorstaat en op basis van die uitkomsten al dan niet mee te doen.

Onthoudt: eigenwijsheid is geen ondeugd, zolang je goed blijft nadenken.

dinsdag 10 augustus 2010

Ding #11: First thought? First things first!

Een van de zaken waar ik in het Internettijdperk last van heb is dat het zo gewoon gevonden wordt dat je overal aan mee doet, alles probeert en vooral overal een mening over hebt. Ik ben daar enige jaren geleden juist bewust mee opgehouden.

De Dingen die tot nu toe behandeld zijn hebben alle, gegeven de tijd en de ruimte, de potentie enorm veel toegevoede waarde te bieden, dat is overduidelijk. Mijn eigen interesse ligt echter vooral bij de inhoud van het depot, de papiermassa, het fysieke beheer en de bijbehorende heuristiek. Kortom: bij het er voor zorgen dat je zonder web2.0 je weg vindt zodat je het materiaal juist rijp kunt maken voor o.a. de toepassing van interactiviteit. Ik ben me er bewust van dat het mijn ceterum censeo is: je kunt pas verbeteren, automatiseren of verwebtweepuntnullen als je het basale beheer in de vingers hebt.

Het moge duidelijk zijn: de focus ligt daar helaas helemaal niet. Al jaren niet. En dan span je met een nieuw opgetuigde website en alle toegangen digitaal het paard achter de wagen. Wanneer dNA live gaat hoop ik even een tijdje niet al te veel studiezaaldienst te hoeven draaien.

Daarom: kennis nemen van de mogelijkheden van web2.0-toepassingen: prima. Nadenken over het toepassen ervan: ook prima. Toepassen zonder het beheer (fysiek én intellectueel) werkelijk te beheersen: niet prima.

[zelfspot aan]Ach ja, nog geen veertig en nu al een ouwe lul...[zelfspot uit]

Ding #10: Shared <> Online

Briljant in zijn eenvoud: 1 document waar door verschillende mensen aan gewerkt wordt.
MAAR: zet dat dan alstublieft op een eigen server, met eigen beveiliging, in eigen beheer, zonder tussenkomst van Google. Het is onvoorstelbaar wat een Moloch er aan het groeien is, en dat haast niemand zich af lijkt te vragen wat er met al die informatie gedaan kan worden (en dus ook gedaan wordt). Natuurlijk is 99,99999999999% wat de gemiddelde mens doet niet interessant, maar een bedrijf (beursgenoteerd nog wel) als Google hoeft maar weinig moeite te doen om een boel over jou, je werk etc. te weten te komen.

Quote:

Waarom zou ik?

De kans is groot dat je Google gebruikt als zoekmachine. Maar weet jij nog wat je bijvoorbeeld vier, negen of negentien dagen geleden om één uur ’s nachts bezig hield? Nee? Google wel, tot op de seconde. Daarmee weet Google bijna meer over jou dan jijzelf. Zoekopdrachten, Google Maps en Street View locaties, je e-mails in Gmail en zelfs de websites die je via Google bezoekt; alles wordt voor lange tijd opgeslagen.

En jouw leven wordt niet alleen door adverteerders, maar misschien ook wel door je verzekeringsmaatschappij, kredietverstrekker of de overheid ingezien. Of door criminelen, als de database van Google gehackt wordt of op straat komt te liggen door een fout.

Zoekresultaten zijn al vaker op het internet beland. Bij het zogenaamde ‘America Online Search Data Scandal’ belandden ruim 20 miljoen zoekopdrachten van 650.000 gebruikers van zoekmachine America Online (AOL) online. Nog steeds kun je op de website www.aolstalker.com van al die mensen zien, waar zij naar hebben gezocht.

Denk dus goed na voordat je al jouw zoekgedrag aan één bedrijf geeft. Je zoekgedrag bevat namelijk je meest persoonlijke en intieme informatie. Zoals je politieke voorkeur, gezondheid en liefdesleven. Kortom, je diepste geheimen. Informatie die niemand anders iets aangaat, ook Google niet.

Bron: Bits of Freedom.

En met Google Docs geef je nog meer weg...

Ding #9: to map locations, one should start with locating maps

Veruit de beste manier om een kaartcollectie te ontsluiten is inderdaad het georefereren, al valt dat bij materiaal van pak 'm beet vóór 1825 nog niet altijd mee. Maar het kan, zoals het KIT enig jaren geleden bewees: aan al haar kaarten zijn de uiterste coördinaten toegekend, en aan alle plaatsen de eigen coördinaten, zodat je onafhankelijk van de schaal al het materiaal dat 1 bepaalde coördinatenset bevat kunt opvragen.

Toen ik dit voorbeeld onlangs aan Tom Harper van de British Library voorlegde was zijn reactie ronduit enthousiast, maar hij zag ook het probleem: hoe ga je je volledige collectie van coördinaten voorzien? Nou hebben ze in Londen 4,5 miljoen kaarten, wij in Den Haag 'slechts' zo'n 250.000. Ook ik heb mezelf de vraag al enkele malen gesteld: hoe kun je op gestructureerde wijze de collectie geotaggen? Uiteindelijk kan ik niet anders concluderen dan dat de prioriteit moet liggen waar die hoort: eerst de collectie op orde, zodat we weten wat we hebben, en we überhaupt kunnen gaan digitaliseren. Daarna breken we het hoofd wel over zaken die dan prangend zijn.

Ergo: toekomstmuziek, een gegeorefeerde collectie (maar wel héle mooie muziek). Voordeel: het NA zal geen remmende voorsprong oplopen ;-)

Ding #8: YouTube

Ja hee die kende ik nog niet... Je moet wel onder een bijzonder dikke steen domicilie hebben wil je de enorme groei in het aanbod van bewegend beeld en geluid op het Net hebben gemist. Heerlijk om eindelijk Amerikaanse programma's te kunnen kijken die in NL nooit of te nimmer op de buis komen (zoals het onvolprezen Fishing with John) of om alle afleveringen van Kabouter Wesley achter elkaar te kijken tot je van melligheid uit elkaar barst. Maar vooral om toch nog stukjes van gemiste concerten mee te pikken:

Maar: heeft YouTube (et alii) nut voor het NA? Het NA heeft zelf nagenoeg geen bewegend beeld in de collectie, dat gaat standaard naar Beeld&Geluid. Wel zouden we instructiefilmpjes kunnen maken, maar waarom zou je die op Youtube pletten als je een eigen site hebt? Ik zie niet zo gauw nut voor de dienst.

donderdag 5 augustus 2010

Ding #7: Flickr 'n' Mash


Het mooiste voorbeeld dat ik ken van mashups gebaseerd op Flickr wordt ook weer in Flickr zelf gepresenteerd: de set Locals and Tourist. Foto's op Flickr worden gesplitst naar herkomst van de maker en in verschillende kleuren geplot op een kaart. Uit de beschrijving: Blue points on the map are pictures taken by locals (people who have taken pictures in this city dated over a range of a month or more). Red points are pictures taken by tourists (people who seem to be a local of a different city and who took pictures in this city for less than a month).